Beroep: journalist

Journalistiek, freelancen, ondernemerschap, media, recht en economie

Thuis in eigen hoofd en hart

leave a comment »

Halil Gür is een van die auteurs die immigrant en emigré tegelijk zijn, nergens helemaal thuis behalve in eigen hoofd en hart. Vanuit hun positie tussen twee culturen verrijken zij de literatuur van het land waar zij zich hebben gevestigd. Op 4 maart mocht ik het eerste exemplaar in ontvangst nemen van Halil’s nieuwe bundel De Babykamer. Bij zo’n gelegenheid hoort een dankwoord. De tekst daarvan volgt hier.

Een van de dingen waarvan ik zeker weet dat Halil Gür en ik ze gemeen hebben, is een liefde voor de taal, voor de literatuur en voor het schrijverschap. Wij hebben elkaar ontmoet bij de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV). Hij is daar sinds jaar en dag een betrokken en actief lid, ik ben er momenteel voorzitter. Samen met ruim 1300 collega’s – schrijvers, vertalers, scenarioschrijvers, freelance journalisten – komen wij op voor de materiële belangen van iedereen die zich op professionele basis bezighoudt met het schrijven en die zelf het auteursrecht heeft op zijn of haar teksten.

De economische waarde van het literaire werk

Het auteursrecht zoals wij dat kennen – het recht van de schrijver om erkend te worden als maker van zijn of haar werk en daaraan gekoppeld het recht om, wanneer er op enigerlei wijze van dat werk gebruik wordt gemaakt, daar een billijke vergoeding voor te ontvangen – dat recht staat tegenwoordig onder grote druk. Had de cultuurfilosoof Walter Benjamin het in de jaren dertig van de vorige eeuw al over de precaire positie van het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid, nu maken wij het tijdperk mee van de digitale reproduceerbaarheid.

Nog nooit is het zo eenvoudig geweest om van een literaire tekst goedkoop of zelfs helemaal gratis een perfecte kopie te bemachtigen. Hetzij legaal, hetzij illegaal. Een muisklik volstaat. Dat zet de economische waarde van het literaire werk onder druk, en ondermijnt de bestaanszekerheid van de auteur.

In die constellatie een weg te vinden, dat auteursrecht overeind te houden, die positie van de auteur te ondersteunen – dat is wat de VSenV beweegt, dat is wat Halil en mij bindt, en dat is zo niet de reden dan toch op zijn minst de aanleiding geweest dat hij uitgerekend mij het eerste exemplaar van zijn nieuwe boek heeft willen overhandigen.

Een spel met plaats, tijd en ruimte

Ik ben zeker niet de eerste die constateert dat Halil Gür in zijn verhalen en gedichten een spel speelt met concepten als plaats, tijd en ruimte. Zo ook in De Babykamer. Als een magiër laat hij de grenzen vervagen tussen verleden, heden en toekomst. Tussen Oost en West. Tussen Diesseits en Jenseits.

Hij neemt ons mee op een fascinerende ontdekkingsreis door het onderbewuste – het onderbewuste van zijn personages, dat van hem zelf, en uiteindelijk ook dat van ons zelf. Zo creëert Halil een wereld die tegelijk volstrekt aan hem eigen is, en ook eigen – op een dieper, onderliggend niveau – aan ons allemaal.

De taal waarin Halil dat doet is op het eerste gezicht gangbare literaire schrijftaal. Die stijl, dat register is hij volstrekt meester – zowel in zijn proza als in zijn poëzie. Daardoor duurt het even voordat je als lezer in de gaten krijgt dat hij die taal waar nodig ook subtiel naar zijn hand zet. Halil benut de vrijheid die hem als schrijver toekomt om in zijn woorden en zinnen de ruimte te scheppen die nodig is om zijn niet geringe thematiek te omvatten en om zijn verhaal op ons over te brengen.

Putten uit twee bronnen

Deze observaties over de thema’s en de taal van Halil Gür geven aanleiding tot de constatering dat hij in de Nederlandse literatuur een marginale positie inneemt. Met marginaal bedoel ik hier letterlijk: in de marge, aan de zijkant. Daar, waar op een akker de mooiste planten bloeien: aan de rand. Dicht genoeg bij het middelpunt om erbij te horen (voor zover dat al een nastrevenswaardig ideaal is) en tegelijk ver genoeg er vanaf om zichzelf te blijven en (wat meer is) om als mens en als schrijver steeds meer zichzelf te worden. Betrokken, maar wel met de distantie die nodig is om scherp te kunnen waarnemen.

Marginaliteit in deze zin is een bekend en in de literatuurwetenschap meermalen beschreven fenomeen. Het wordt aangewezen in het werk van auteurs die zijn opgegroeid in de taal en cultuur van het ene land en die om welke reden dan ook in een ander land wonen en werken, waarbij zij zich ook van dat tweede land de taal en de cultuur eigen hebben gemaakt.

Zo horen zij bij twee werelden tegelijk en kunnen putten zij uit twee bronnen – een geestelijke rijkdom waartegenover vaak ook weer staat dat zij, als het er op aankomt, bij geen van beide echt horen. Zij zijn immigrant en emigré tegelijk, nergens helemaal thuis behalve in hun eigen binnenwereld, in hun eigen hoofd en hart. Vanuit die even bevoorrechte als lastige positie, verrijken zij met hun eigen unieke kwaliteiten de literatuur van het land waar zij zich hebben gevestigd.

Lees-biografie

Ik geef u van zulke in die zin marginale auteurs drie totaal verschillende  voorbeelden, in de chronologische volgorde van mijn eigen lees-biografie. Om te beginnen denk ik aan de te jong gestorven Edgar Cairo, die in Paramaribo werd geboren, naar Amsterdam kwam om te studeren, en daar met boeken als Djari/Erven niet alleen een volstrekt eigen verbeeldingswereld schiep maar ook een eigen taal, die is opgebouwd uit elementen zowel van het Surinaams-Nederlands als van het Sranan Tongo.

Vervolgens denk ik aan Lulu Wang, die in China werd geboren en die in de jaren tachtig naar Nederland kwam om hier Engels te doceren. Minstens zo boeiend als de ontwikkeling in de thematiek van haar werk is de evolutie van haar taal: van een aanvankelijk steeds lyrischer en bloemrijker wordend Nederlands naar het geserreerde geen-woord-teveel van haar binnenkort te verschijnen novelle Nederland wo ai ni / Nederland ik hou van je.

Tot slot denk ik aan Sana Valiulina, die in Estland werd geboren, in Moskou studeerde, en in 2000 in het Nederlands debuteerde met Het Kruis. In 2006 werd dat gevolgd door Didar en Faroek: een episch meesterwerk met een thematiek die van alle plaatsen en tijden is, geschreven in een Nederlands waar alle klei van af is geborsteld, veroverd als zij die taal heeft op de dominee en op de koopman.

Eregalerijtje

Edgar Cairo, Lulu Wang, Sana Valiulina – drie persoonlijkheden, drie auteurs die wat mij betreft juist doordat zij een beetje aan de kant staan tot de kern behoren van de moderne Nederlandse literatuur. Vandaag voeg ik aan dat hoogstpersoonlijke eregalerijtje de naam van Halil Gür toe.

Written by Pierre Spaninks

4 maart 2012 at 16:45

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 1.307 andere volgers

%d bloggers like this: